Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
2.De verdere beoordeling
7.1 Onderzoeksvraag 1
Gerechtshof Amsterdam
In deze civiele zaak staat de aansprakelijkheid van een vermogensbeheerder centraal vanwege een onjuiste samenstelling van de beleggingsportefeuille. De beheerder had de portefeuille van de belegger moeten samenstellen met het oog op een cashflow van 4% per jaar en vermogensbehoud, maar hield onvoldoende rekening met de risico's van een te groot belang in overige obligaties.
Na meerdere tussenarresten en deskundigenrapporten concludeert het hof dat het belang in overige obligaties kwalitatief en kwantitatief onvoldoende was en dat dit niet voldeed aan de verstrekte opdracht. De beheerder is daardoor toerekenbaar tekortgeschoten en aansprakelijk voor de schade.
De schade wordt begroot op €190.000,-, gebaseerd op het verschil tussen de werkelijke en de geschikte portefeuilleverdeling. Het hof wijst het beroep op eigen schuld van de belegger af, omdat de beheerder onvoldoende heeft gewaarschuwd voor het risico van interen op het vermogen.
Daarnaast veroordeelt het hof de beheerder tot betaling van buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten. Het bestreden vonnis wordt vernietigd en het hof spreekt het vonnis opnieuw uit.
Uitkomst: De beheerder wordt veroordeeld tot betaling van €190.000,- schadevergoeding, wettelijke rente en €2.500,- incassokosten.