ECLI:NL:GHAMS:2018:2696

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
26 juli 2018
Publicatiedatum
31 juli 2018
Zaaknummer
200.120.456/01 OK
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2:19a BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beëindiging onderzoek en onmiddellijke voorziening in bestuurskwestie New Look Holding en New Look Hair

De Ondernemingskamer van het Gerechtshof Amsterdam behandelde een verzoek van Jalloh Diamond Holding B.V. tegen New Look Holding B.V., New Look Hair B.V. en Da Tong Holding B.V. betreffende een onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van New Look Holding en New Look Hair.

In 2013 was een onderzoek bevolen en was Da Tong Holding geschorst als bestuurder, waarna mr. A.J. Tekstra als bestuurder was benoemd. Later bleek dat New Look Holding en New Look Hair door de Kamer van Koophandel ambtshalve waren ontbonden wegens het ontbreken van baten en het staken van activiteiten.

Jalloh Diamond stelde dat Tekstra onvoldoende onderzoek had gedaan en onvoldoende verslag had uitgebracht, terwijl Tekstra aangaf beperkte financiële middelen te hebben om administratie te reconstrueren. Gezien de ontbinding en het ontbreken van baten en financiering besloot de Ondernemingskamer het onderzoek en de onmiddellijke voorziening per direct te beëindigen.

De beschikking werd uitgesproken op 26 juli 2018 door de Ondernemingskamer, waarbij de beëindiging van het onderzoek en de onmiddellijke voorziening werd bevestigd en deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad werd verklaard.

Uitkomst: Het bevolen onderzoek en de getroffen onmiddellijke voorziening worden per 26 juli 2018 beëindigd wegens ontbinding van de vennootschappen en gebrek aan financiering.

Uitspraak

beschikking
___________________________________________________________________
GERECHTSHOF AMSTERDAM
ONDERNEMINGSKAMER
zaaknummer: 200.120.456/01 OK
beschikking van de Ondernemingskamer van 26 juli 2018
inzake
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
JALLOH DIAMOND HOLDING B.V.,
gevestigd te Zaandam,
VERZOEKSTER,
advocaat:
mr. N.Chr. Ellens, kantoorhoudende te Amsterdam,
t e g e n
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
NEW LOOK HOLDING B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
NEW LOOK HAIR B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
VERWEERSTERS,
niet verschenen,
e n t e g e n
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
DA TONG HOLDING B.V.,
gevestigd te Diemen,
2.
[A],
wonende te [....] ,
BELANGHEBBENDEN,
advocaat:
mr. D.Y. Li,kantoorhoudende te Groningen.
1. Het verloop van het geding
1.1 Partijen worden hierna als volgt aangeduid:
- verzoekster als Jalloh Diamond Holding;
- verweersters respectievelijk als New Look Holding en New Look Hair; en
- belanghebbenden gezamenlijk Da Tong Holding c.s. en afzonderlijk als Da Tong Holding en [A] .
1.2 Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar haar beschikking van 2 april 2013.
1.3 Bij voornoemde beschikking heeft de Ondernemingskamer een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van New Look Holding B.V. en New Look Hair B.V., de aanwijzing van de onderzoeker vooralsnog aangehouden en bij wijze van onmiddellijke voorziening met onmiddellijke ingang en vooralsnog voor de duur van het geding Da Tong Holding B.V. geschorst als bestuurder van New Look Holding en mr. A.J. Tekstra (hierna: Tekstra) benoemd als bestuurder van New Look Holding B.V.
1.4 Tekstra heeft de Ondernemingskamer telefonisch bericht dat New Look Holding en New Look Hair door de Kamer van Koophandel (ambtshalve) zijn ontbonden en zijn opgehouden te bestaan , omdat zij niet over baten beschikken.
1.5 Bij e-mail van 1 mei 2018 heeft de secretaris van de Ondernemingskamer partijen verzocht, gelet op het voorgaande, zich uit te laten over al dan niet voortzetting van het bevolen onderzoek en de getroffen onmiddellijke voorziening.
1.6 De advocaat van Jalloh Diamond heeft bij brief van 11 juni 2018 gereageerd. Tekstra heeft hierop bij e-mail van 3 juli 2018 een reactie gegeven en tot slot heeft mr. Ellens een e-mail gestuurd op 6 juli 2018
1.7 Van (de advocaat van) Da Tong Holding c.s. is niet vernomen.

2.De gronden van de beslissing

2.1
Jalloh Diamond heeft zich op het standpunt gesteld dat Tekstra een onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar onttrekkingen, naar concurrerende activiteiten van [A] en aan hem gelieerde ondernemingen en een te summier verslag van zijn bestuurswerkzaamheden heeft gemaakt. Tekstra heeft volgens Jalloh Diamond geen serieuze pogingen gedaan om de administratie op orde te krijgen en niet aan de wettelijke boekhoud- en deponeringsplicht voldaan. Tevens verzoekt Jalloh Diamond Tekstra verantwoording af te leggen over de financiën en de verrichtte werkzaamheden.
2.2
Tekstra heeft kort samengevat aangevoerd dat hij beschikte over beperkte financiële middelen waardoor het niet mogelijk was de administratie te reconstrueren of jaarstukken te doen opstellen.
2.3
De Ondernemingskamer overweegt als volgt. New Look Holding en New Look Hair zijn door de Kamer van Koophandel met toepassing van artikel 2:19a BW ontbonden. Er worden – kennelijk – ook geen activiteiten meer verricht in deze vennootschappen en er zijn geen baten. Omdat bij deze stand van zaken geen financiering van het onderzoek voorhanden is en daarop evenmin enig uitzicht bestaat nu geen van partijen te kennen heeft gegeven de kosten van het onderzoek te financieren, zal de Ondernemingskamer het bevolen onderzoek en de getroffen onmiddellijke voorziening beëindigen en wel per heden.

3.De beslissing

De Ondernemingskamer:
beëindigt met ingang van heden (a) het bij haar beschikking van 2 april 2013 bevolen onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van New Look Holding B.V. en New Look Hair B.V., beide gevestigd te Amsterdam en (b) de bij die beschikking getroffen onmiddellijke voorziening;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. G.C. Makkink, voorzitter, mr. A.C. Faber en mr. M.M.M. Tillema, raadsheren, en prof. dr. M.N. Hoogendoorn RA en dr. P.M. Verboom, raden, in tegenwoordigheid van mr. H.H.J. Zevenhuijzen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de Ondernemingskamer van 26 juli 2018.