ECLI:NL:GHAMS:2018:2800
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing toelating schuldsaneringsregeling wegens onvoldoende stabilisatie financiële situatie
Appellante verzocht om toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling nadat de rechtbank haar verzoek had afgewezen. Zij stelde dat haar situatie was verbeterd: zij maakt sinds anderhalf jaar gebruik van inkomensbeheer, lost schulden af, heeft een stabiele relatie en geen nieuwe schulden laten ontstaan. De schuld aan het CJIB betrof twee boetes, waarvan één voor het onverzekerd laten van een motorvoertuig na het overlijden van haar vader.
Het hof oordeelde dat appellante niet te goeder trouw was geweest ten aanzien van de CJIB-schuld, omdat zij naliet het kenteken tijdig te schorsen of vrijwaren. Dit vormde een belemmering voor toelating tot de schuldsaneringsregeling. Hoewel appellante stappen had gezet, was haar situatie nog niet voldoende gestabiliseerd om nakoming van de verplichtingen gedurende ten minste drie jaar te waarborgen.
Het hof wees ook op haar psychische problemen, het beperkte contact met een psycholoog, het gebruik van medicatie zonder doktersvoorschrift en het ontbreken van duurzaam betaald werk. Het vonnis van de rechtbank werd bekrachtigd. Appellante kan in de toekomst opnieuw een verzoek indienen als zij voldoende stabilisatie kan aantonen.
Uitkomst: Het hof wijst het hoger beroep af en bekrachtigt het vonnis van de rechtbank waarin het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling is afgewezen.