ECLI:NL:GHAMS:2018:308
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- R.J.F. Thiessen
- C.M. Aarts
- M.L.D. Akkaya
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot herroeping arrest wegens kennelijk onredelijk ontslag advocaat
Het Gerechtshof Amsterdam behandelde een vordering tot herroeping van het arrest van 15 december 2015, waarin was geoordeeld dat het ontslag op staande voet van een advocaat kennelijk onredelijk was en een schadevergoeding werd toegekend.
Eiseres stelde dat zij na het arrest nieuwe stukken had verkregen die van beslissende aard zouden zijn, waaronder een brief van gedaagde aan de Procureur-Generaal die ongeschiktheid voor het advocatenberoep zou aantonen. Tevens werd bedrog en onvoldoende exhibitieplicht door gedaagde betoogd.
Het hof overwoog dat de nieuwe feiten betrekking hadden op gedragingen van gedaagde na het ontslag en dat deze niet relevant waren voor de beoordeling van het ontslagmoment. De brief van 17 januari 2015 kon niet leiden tot een ander oordeel over de kennelijke onredelijkheid van het ontslag. Ook werd geen sprake geacht van bedrog.
De vordering tot herroeping werd daarom afgewezen en eiseres werd veroordeeld in de proceskosten. Het arrest van 15 december 2015 blijft daarmee ongewijzigd van kracht.
Uitkomst: De vordering tot herroeping van het arrest van 15 december 2015 wordt afgewezen.