Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
- memorie van grieven, met producties;
- memorie van antwoord in principaal hoger beroep, tevens houdende memorie van grieven in incidenteel hoger beroep, tevens inhoudende wijziging van eis, met producties;
- memorie van antwoord in incidenteel appel, met productie;
- de akte uitlaten partij van Dam Spirit van 24 oktober 2017.
2.Feiten
grief 1en Dam Spirit met een algemene grief. Aangezien het hof de feiten die van belang zijn voor zijn beoordeling zelfstandig zal vaststellen, hebben partijen bij deze grieven geen belang.
3.Beoordeling
vanaf 1 december 2013, hof) de exploitatie ten onrechte is onthouden en veroordeling van Dam Spirit tot vergoeding van de schade, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet;
primairontbinding van de licentieovereenkomst per datum vonnis, met veroordeling van Coffeecompany tot een schadevergoeding van € 100.000,00,
primairverklaring voor recht dat de artikelen 27 leden 2, 3 en 9 van de licentieovereenkomst onredelijk bezwarend zijn en buitengerechtelijk zijn vernietigd door Dam Spirit, en
'door welke oorzaak dan ook' en
'binnen redelijke termijn', maar gaat voorbij aan het feit dat deze ziet op een situatie waarin door Coffeecompany niet tijdig '
kan' worden opgezegd. Gesteld noch gebleken is dat met Dam Spirit is besproken dat in dit geval met
'niet tijdig kan opzeggen' iets anders is bedoeld dan wat daaronder volgens normaal spraakgebruik wordt verstaan, te weten dat het voor Coffeecompany niet mogelijk was om dat tijdig te doen. Die uitleg is ook in de lijn met het in het artikel genoemde voorbeeld, te weten het geval van onmiddellijke ontbinding,
'niet kunnen' is hier geen sprake. Uit de toelichting van Coffeecompany blijkt dat zij er om haar moverende redenen bewust voor heeft gekozen om de mededeling aan Dam Spirit niet eerder dan op 9 oktober 2013 te doen. Zij '
kon'die mededeling wel eerder doen. Dit geldt ook indien er vanuit wordt gegaan dat de algemeen directeur van Coffeecompany - zoals hij aan het slot van de comparitie nog opmerkte - daarvoor toestemming van de statutair bestuurder van Coffeecompany nodig had; dat de overeenkomst behoudens afwijkende afspraken met Dam Spirit op 30 november 2013 zou eindigen, was al bekend vanaf het moment dat partijen de allonge op 5 juli 2011 tekenden.
zonder overname van de onderneming is immers geen overdracht van huurrechten denkbaar en andersom", aldus Coffecompany in haar inleidende dagvaarding onder 20.
grieven 2, 3 en 4van Coffeecompany, die zich richten tegen het oordeel van de kantonrechter dat Coffeecompany überhaupt geen beroep kan doen op voortzetting van de onderneming nu de onderhavige overeenkomst niet door opzegging maar van rechtswege is geëindigd, kunnen gelet hierop onbesproken blijven.
grief 1komt Dam Spirit op tegen de afwijzing van haar (in hoger beroep geherformuleerde) vordering dat sprake is van misbruik van procesrecht en Coffeecompany gehouden is tot vergoeding van haar advocaatkosten.
grief 3komt Dam Spirit op tegen de beslissing van de kantonrechter om de proceskosten in conventie en in reconventie te compenseren. Dam Spirit voert aan dat dit onjuist is nu feitelijk alle vorderingen van Coffeecompany zijn afgewezen terwijl dat niet geldt voor de vorderingen die zij heeft ingesteld.