Uitspraak
1.Verder verloop van het geding in hoger beroep
2.Verdere beoordeling
grief I in incidenteel appelte behandelen. Deze grief is gericht tegen de veroordeling van [geïntimeerde] tot betaling van een bedrag van € 746,14, met rente, in verband met een huurachterstand tot en met 30 januari 2017.
grief II in incidenteel appel, die betrekking heeft op een van voormelde posten (Waterschapsbelasting 2016).
grief 6 in principaal appel, met welke grief wordt betoogd dat de kantonrechter heeft verzuimd te oordelen over een aantal verrekeningsverweren van [geïntimeerde] .
grief 7 in principaal appelkomt [appellant] op tegen de hier te citeren beslissing van de kantonrechter in het dictum van het bestreden vonnis en de gronden waarop die beslissing berust:
grief III in incidenteel appelwenst [geïntimeerde] te bereiken dat het hof de door de kantonrechter aan de ten laste van [appellant] uitgesproken veroordelingen (bij het dictum van het bestreden vonnis, sub V en VI) verbonden dwangsommen van telkens € 100,= (ten aanzien van de veroordeling sub V: kennelijk) per maand verhoogt, omdat [appellant] weigert aan de desbetreffende veroordelingen te voldoen. Ter zitting heeft [geïntimeerde] deze vordering ten aanzien van de veroordeling sub VI ingetrokken, omdat de woning inmiddels door de andere huurders is verlaten. Overigens zal het hof, als onder 2.6.3 gezegd, deze voorziening alsnog weigeren zodat een verhoging van de dwangsom in zoverre ook niet aan de orde kan zijn.