Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
,
Gerechtshof Amsterdam
Mr. [appellant], advocaat, legde eind 2010 zijn praktijk neer wegens medische klachten. De Orde van Advocaten schakelde mr. [R] in als waarnemer om de praktijk te beheren en te ordenen. De Orde vorderde betaling van de declaratie van mr. [R] door mr. [appellant].
Mr. [appellant] stelde dat er geen overeenkomst was omdat mr. [R] geen inhoudelijke werkzaamheden verrichtte en dat hij zijn praktijk per 1 april 2011 volledig mocht hervatten, wat de deken van de Orde niet toestond. De kantonrechter wees de vordering van de Orde toe en wees de tegenvordering van mr. [appellant] af.
Het hof oordeelde dat de inschakeling van mr. [R] gerechtvaardigd was om de ongeordende praktijk te beheren, dat de declaratie redelijk was en dat mr. [appellant] onvoldoende had aangetoond dat hij per 1 april 2011 volledig arbeidsgeschikt was. De vorderingen van mr. [appellant] werden afgewezen en het vonnis werd bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en veroordeelt mr. [appellant] tot betaling van de declaratie van de praktijkwaarnemer en wijst zijn tegenvordering af.