ECLI:NL:GHAMS:2018:3393
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging vonnis en toewijzing schadevergoeding wegens schending zorgplicht effectenlease
In deze zaak ging het om een effectenleaseovereenkomst die oorspronkelijk door [X] was aangegaan en later door [geïntimeerde] werd overgenomen. Het hof oordeelde dat [geïntimeerde] als contractspartij kan optreden en dezelfde rechten heeft als de oorspronkelijke partij, waaronder het recht op schadevergoeding wegens schending van de zorgplicht door Dexia.
Dexia had nagelaten voldoende informatie in te winnen en te waarschuwen voor risico's zoals restschuld en verlies van inleg. Het hof bevestigde dat Dexia twee derde van de restschuld moet vergoeden, waarbij een derde deel voor eigen rekening van de afnemer blijft. Door een batig saldo van een eerdere leaseovereenkomst te verrekenen, resteert geen onaanvaardbaar zware last.
Het hof vernietigde het eerdere vonnis, veroordeelde Dexia tot betaling van €13.433,03 plus wettelijke rente vanaf 11 juli 2003, en legde de kostenverdeling vast. Tevens werd [geïntimeerde] veroordeeld tot terugbetaling aan Dexia van €44.894,44 met rente vanaf 10 oktober 2012. De veroordelingen zijn uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Het hof vernietigt het vonnis en veroordeelt Dexia tot betaling van €13.433,03 plus rente wegens schending van de zorgplicht, met verrekening van voordelen en restschuld.