ECLI:NL:GHAMS:2018:3443
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vordering verhuurster toegewezen wegens onderverhuur via Airbnb ondanks tegenbewijs
In deze civiele zaak stond de vraag centraal of geïntimeerde de gehuurde woning had onderverhuurd of tegen betaling in gebruik had gegeven aan derden via Airbnb. Het hof had in een eerder tussenarrest vastgesteld dat dit, behoudens tegenbewijs, was bewezen en gaf geïntimeerde de mogelijkheid om tegenbewijs te leveren.
Geïntimeerde leverde een akte met bewijsstukken en voerde een procesrechtelijk bezwaar aan tegen de bewijsopdracht en de bewijslastverdeling. Het hof oordeelde echter dat Amvest terecht bij pleidooi verwees naar 21 recensies op de Airbnb-website, hetgeen niet voldoende was weersproken door geïntimeerde.
Geïntimeerde stelde dat haar Airbnb-account was verwijderd en dat zij geen financiële relatie met Airbnb had kunnen aantonen, maar het hof vond dat zij onvoldoende inzicht had gegeven in haar relatie met Airbnb en onvoldoende bewijs had geleverd om het vermoeden van onderverhuur te ontzenuwen.
Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank en veroordeelde geïntimeerde tot betaling van de gevorderde bedragen aan Amvest, vermeerderd met wettelijke rente, en in de kosten van het geding in beide instanties. De veroordelingen werden uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Geïntimeerde wordt veroordeeld tot betaling van de gevorderde bedragen wegens onderverhuur via Airbnb, vermeerderd met wettelijke rente en kosten.