ECLI:NL:GHAMS:2018:3621
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing omgangsverzoek biologische vader wegens ontbreken nauwe persoonlijke betrekking
De man, biologische vader van [kind c], verzocht om een omgangs- en informatieregeling met zijn dochter. De rechtbank verklaarde hem niet-ontvankelijk, waarna hij in hoger beroep ging. Het hof onderzocht of sprake was van een nauwe persoonlijke betrekking ('family life') tussen de man en het kind, zoals vereist voor ontvankelijkheid volgens artikel 1:377a BW en artikel 8 EVRM Pro.
Uit het dossier bleek dat de man geen contact had met [kind c] sinds haar geboorte, geen erkenning had gegeven en pas jaren later een omgangsverzoek indiende. Het hof oordeelde dat alleen biologische verwantschap onvoldoende is; bijkomende omstandigheden die een nauwe persoonlijke betrekking aantonen ontbraken. Ook was er geen sprake van een recht op informatie omdat de man juridisch geen ouder was.
De belangen van het kind en de juridische ouders prevaleerden, mede gezien de langdurige conflictueuze situatie tussen de ouders. Het hof bevestigde de niet-ontvankelijkverklaring van het verzoek tot omgang en informatie. Daarnaast werd beslist dat de kosten van het DNA-onderzoek gelijkelijk tussen partijen worden verdeeld.
Uitkomst: Het verzoek van de biologische vader tot omgang en informatie met zijn dochter is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een nauwe persoonlijke betrekking.