ECLI:NL:GHAMS:2018:3752
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontbinding huurovereenkomst wegens achterstallige huur ondanks betwisting identiteitsfraude
De zaak betreft een hoger beroep tegen vonnissen van de kantonrechter die de ontbinding van een huurovereenkomst en de veroordeling tot betaling van achterstallige huur bevestigden. De appellant stelde dat hij geen huurovereenkomst met Rochdale had gesloten en slachtoffer was van identiteitsfraude. Het hof nam de feiten over die door de kantonrechter waren vastgesteld, waaronder de ontbinding van de huurovereenkomst en de veroordeling tot ontruiming en betaling van huurachterstanden.
De appellant voerde in hoger beroep dezelfde argumenten aan als in eerste aanleg, waaronder ontkenning van het aangaan van de huurovereenkomst en betwisting van de identiteit van de persoon die de overeenkomst had gesloten. Het hof achtte de verklaring van een werknemer van Rochdale, die de appellant op de dag van ondertekening had herkend en diens legitimatie met paspoort had bevestigd, betrouwbaar. De appellant gaf geen plausibele verklaring voor het gebruik van zijn paspoort door een derde, wat zijn stellingen onvoldoende onderbouwde.
Het hof verwierp de grieven van de appellant en bevestigde het vonnis van de kantonrechter. Ook andere verklaringen en bewijsstukken van de appellant konden het oordeel niet wijzigen. De appellant werd veroordeeld in de kosten van het geding in hoger beroep. Het arrest werd uitgesproken door drie raadsheren op 9 oktober 2018.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de ontbinding van de huurovereenkomst en veroordeelt de huurder tot betaling van achterstallige huur en kosten.