ECLI:NL:GHAMS:2018:3768

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
9 oktober 2018
Publicatiedatum
17 oktober 2018
Zaaknummer
200.246.194/01
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
1 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Tussenarrest over comparitie en procedurele regeling in civiele zaak tegen Sunweb Group

In deze civiele zaak tussen appellant en Sunweb Group Netherlands B.V. heeft het gerechtshof Amsterdam een tussenarrest gewezen op 9 oktober 2018. Appellant is in hoger beroep gekomen tegen eerdere vonnissen in de zaak. Het hof heeft besloten een comparitie van partijen te gelasten met als doel het verkrijgen van inlichtingen, het beproeven van een minnelijke regeling en het bespreken van het verdere verloop van het hoger beroep, waaronder mediation, bewijsvoering en rapportage door deskundigen.

Partijen worden verplicht in persoon of via een bevoegde vertegenwoordiger met hun advocaten te verschijnen voor de raadsheer-commissaris mr. H.M.M. Steenberghe. Tevens moeten partijen hun verhinderdagen opgeven en zal het hof de datum van de comparitie vaststellen. Verder is bepaald dat appellant binnen vier weken het volledige procesdossier in tweevoud moet indienen en dat partijen twee weken voor de comparitie de relevante stukken aan het hof en de wederpartij moeten overleggen.

Het hof houdt iedere verdere beslissing aan totdat de comparitie heeft plaatsgevonden. Dit arrest betreft een procedurele tussenstap en bevat geen inhoudelijke beoordeling van de zaak.

Uitkomst: Het hof gelast een comparitie van partijen en houdt verdere beslissingen aan.

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

afdeling civiel recht en belastingrecht
zaaknummer : 200.246.194/01
zaaknummer rechtbank : 6514015\CV EXPL 17-11046
arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 9 oktober 2018
inzake
[appellant],
wonende te [woonplaats] ,
appellant,
advocaat: mr. R.P. Groot te Alkmaar,
tegen
SUNWEB GROUP NETHERLANDS B.V.,
gevestigd te Rotterdam,
geïntimeerde,
advocaat: mr. J.C.J. van de Rakt te Rotterdam.

1.Het geding in hoger beroep

Appellant heeft bij exploot geïntimeerde aangezegd in hoger beroep te komen van een of meer tussen partijen in de onderhavige zaak gewezen vonnissen, met dagvaarding van geïntimeerde voor dit hof.
De zaak is op de rol ingeschreven en geïntimeerde is bij advocaat verschenen.

2.Beoordeling

Het hof ziet aanleiding om een comparitie van partijen te gelasten. Het doel is het verkrijgen van inlichtingen, het beproeven van een minnelijke regeling en/of het bespreken van het verdere verloop van het hoger beroep, waarbij onder meer mediation, bewijsvoering en/of rapportage door deskundigen aan de orde kunnen komen. Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

3.Beslissing

Het hof:
bepaalt dat partijen in persoon respectievelijk, voor zover partijen rechtspersoon zijn, vertegenwoordigd door iemand die van de zaak op de hoogte en tot het geven van de verlangde inlichtingen in staat is en die bevoegd is (door schriftelijke machtiging of anderszins) tot het aangaan van een schikking, tezamen met hun advocaten zullen verschijnen voor het tot raadsheercommissaris benoemde lid van het hof mr. H.M.M. Steenberghe, die daartoe zitting zal houden in het Paleis van Justitie, IJdok 20 te Amsterdam, op een nader te bepalen tijdstip, tot het hiervoor onder 2 omschreven doel;
bepaalt dat partijen binnen 2 weken na heden op de rol van 23 oktober 2018 hun verhinderdagen en die van hun advocaten voor de eerstkomende 4 maanden kunnen opgeven, waarna het hof de dag en het tijdstip van de comparitie zal vaststellen, in welk geval behoudens klemmende redenen of overmacht geen uitstel van de comparitie meer zal worden verleend;
bepaalt dat de datum van de comparitie na aanbrengen in het roljournaal vermeld zal worden;
bepaalt dat appellant uiterlijk 4 weken na heden een kopie van het volledige procesdossier (de stukken van de eerste aanleg met inbegrip van de producties en de appeldagvaarding) in tweevoud zal indienen bij het hof (roladministratie – team handel);
bepaalt dat partijen uiterlijk 2 weken vóór de dag van de comparitie de stukken waarop zij voor het overige een beroep zouden willen doen, in kopie over zullen leggen door toezending aan het hof (roladministratie – team handel) en de wederpartij;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door J.C.W. Rang, J.W. Hoekzema en A.R. Sturhoofd en in het openbaar uitgesproken op 9 oktober 2018 in tegenwoordigheid van de griffier.