De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor witwassen van een bedrag van 44.820 euro dat hij op 2 september 2017 via Schiphol naar Nederland vervoerde. Het geld was deels verstopt in zes slikkersbollen die hij had ingeslikt en deels in contanten in zijn zak. De verdachte gaf geen aannemelijke verklaring over de herkomst van het geld en verklaarde wisselend over de bron.
In hoger beroep vernietigde het hof het vonnis van de politierechter en kwam tot een andere bewezenverklaring: bewezen is dat de verdachte 36.800 euro in slikkersbollen en 8.020 euro contant bij zich had, en dat hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat het geld uit een misdrijf afkomstig was. De verdachte werd vrijgesproken van het meerdere dat hem ten laste was gelegd.
Het hof achtte het vervoer van dit grote bedrag via een professionele methode zonder plausibele verklaring een ernstige aantasting van het financieel bestel. Gezien de ernst en omstandigheden legde het hof een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden op, met aftrek van voorarrest. Tevens werd het volledige geldbedrag van 44.820 euro verbeurd verklaard.
De verdachte had geen eerdere strafrechtelijke veroordelingen in Nederland of Italië. Het hof concludeerde dat de verdachte zich schuldig had gemaakt aan witwassen door het verbergen en verhullen van de herkomst en rechthebbende van het geld. Het arrest werd uitgesproken op 19 oktober 2018 door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam.