ECLI:NL:GHAMS:2018:4024
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over opzegging huurovereenkomst woonruimte en dringende eigen gebruik
In deze zaak stond de opzegging van een huurovereenkomst voor woonruimte centraal waarbij de verhuurder stelde dringend eigen gebruik te hebben. De kantonrechter had de huurovereenkomst beëindigd en ontruiming bevolen, maar het hof oordeelde dat de financiële situatie van de huurders onvoldoende was onderbouwd om het dringende eigen gebruik te rechtvaardigen.
Het hof stelde dat de door de huurders overgelegde financiële stukken, waaronder belastingaangiften, jaarrekeningen en bankafschriften, niet voldoende toelichting bevatten over hoe zij de huur konden blijven betalen. Ook de eenmalige schenking en leningen verklaarden dit niet volledig. Hierdoor kon niet worden vastgesteld dat de huurovereenkomst op grond van dringend eigen gebruik mocht worden beëindigd.
Daarnaast werd een vordering tot terugbetaling van onverschuldigde huur deels toegewezen, waarbij het hof een lager bedrag toekende dan de kantonrechter. De proceskosten werden deels gecompenseerd, maar de huurders werden veroordeeld in de kosten van het principaal hoger beroep.
Het arrest vernietigt het eerdere vonnis voor zover het de beëindiging van de huurovereenkomst en ontruiming betreft en wijst deze vorderingen af. De overige onderdelen van het vonnis worden bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof wijst de vordering tot beëindiging van de huurovereenkomst en ontruiming af en wijst een gedeeltelijke terugbetaling van onverschuldigde huur toe.