De huurster [appellante] huurde sinds 2005 een woning van Eigen Haard met een verbod op onderverhuur. In de zomer van 2016 verbleef zij in Suriname en werden door Eigen Haard twee Franse toeristen in haar woning aangetroffen die via Airbnb hadden gehuurd. Diverse meldingen van omwonenden bevestigden dat wisselende derden regelmatig in de woning verbleven.
Eigen Haard vorderde ontbinding van de huurovereenkomst, ontruiming en betaling van een contractuele boete wegens overtreding van het onderverhuurverbod. De huurster betwistte betrokkenheid bij onderverhuur en stelde dat zij slechts haar vriendin [X] de sleutel had gegeven voor toezicht. Het hof oordeelde dat de huurster aansprakelijk is voor de gedragingen van [X] en dat de verboden verhuur heeft plaatsgevonden.
De contractuele boete werd niet als onredelijk bezwarend beoordeeld, maar vanwege het beperkte financiële voordeel en de korte duur van de verhuur matigde het hof de boete tot nihil. De belangen van de minderjarige zoon van de huurster werden meegewogen, maar wogen niet zwaarder dan het belang van Eigen Haard. Het hof vernietigde het vonnis van de kantonrechter alleen voor wat betreft de boete en bekrachtigde het verder.
De huurster werd veroordeeld tot ontruiming en betaling van proceskosten. Haar vorderingen tot onrechtmatigheid van de ontruiming en schadevergoeding werden afgewezen wegens procedurele redenen en onvoldoende onderbouwing.