ECLI:NL:GHAMS:2018:4201
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verdachte niet-ontvankelijk in hoger beroep wegens ontbreken strafoplegging bij overtreding
De verdachte was door de economische politierechter schuldig verklaard aan een overtreding van artikel 13, eerste lid, van de Flora- en faunawet, maar er was geen straf of maatregel opgelegd. De verdachte stelde hoger beroep in tegen dit vonnis. Het hof moest beoordelen of de verdachte ontvankelijk was in het hoger beroep, waarbij artikel 404, tweede lid, onder a, van het Wetboek van Strafvordering van belang was.
Volgens dit artikel staat tegen vonnissen betreffende overtredingen geen hoger beroep open voor de verdachte indien geen straf of maatregel is opgelegd op grond van artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht. Het hof stelde vast dat de bewezenverklaring bepalend is voor de vraag of het vonnis een misdrijf of overtreding betreft, niet de wijze van tenlastelegging.
Omdat de verdachte was veroordeeld voor een overtreding zonder strafoplegging en het in beslag genomen goed was teruggegeven, stond geen hoger beroep open. Het hof verklaarde de verdachte daarom niet-ontvankelijk in het hoger beroep. Dit arrest werd gewezen door de economische kamer van het gerechtshof Amsterdam op 16 oktober 2018.
Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens ontbreken van strafoplegging bij overtreding.