ECLI:NL:GHAMS:2018:4295
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verdachte in hoger beroep wegens ontbreken grieven
Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep van verdachte tegen het vonnis van de politierechter van 22 november 2017. Tijdens de terechtzitting op 25 oktober 2018 bleek dat verdachte geen schriftelijke grieven had ingediend en ook geen mondelinge bezwaren tegen het vonnis had opgegeven. Daarnaast was er geen ander rechtens te respecteren belang dat een onderzoek van de zaak zou rechtvaardigen.
Op grond van artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering oordeelde het hof dat verdachte niet-ontvankelijk is in het hoger beroep. Dit betekent dat het hoger beroep niet inhoudelijk wordt behandeld omdat niet voldaan is aan de formele vereisten.
Het arrest werd gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, bestaande uit de rechters F.M.D. Aardema, M.M.H.P. Houben en V. Mul, waarbij laatstgenoemde niet in staat was het arrest te ondertekenen. Het arrest werd uitgesproken op de openbare terechtzitting van 25 oktober 2018.
Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens het ontbreken van grieven.