ECLI:NL:GHAMS:2018:4462
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging van effectenleaseovereenkomsten wegens ontbreken schriftelijke toestemming echtgenote
Appellant is in hoger beroep gekomen tegen vonnissen van de kantonrechter inzake de nietigheid van vier leaseovereenkomsten die hij met Dexia Nederland B.V. heeft gesloten. De echtgenote van appellant had de nietigheid van deze overeenkomsten ingeroepen wegens het ontbreken van haar schriftelijke toestemming, zoals vereist onder art. 1:88 BW Pro.
De kern van het geschil betreft de vraag of de vernietigingsvordering is verjaard. Het hof overweegt dat de verjaringstermijn van drie jaren wordt gestuit door de dagvaarding van 13 maart 2003 in een collectieve procedure, ongeacht of de individuele vordering onder de toegewezen of afgewezen vordering valt. Dexia kon het bewijsvermoeden dat de echtgenote eerder dan drie jaar voor de vernietigingsbrief op de hoogte was van de overeenkomsten niet ontzenuwen.
Het hof vernietigt de leaseovereenkomsten II, III en IV en wijst de vorderingen van appellant toe. Voor de gevolgen van de vernietiging, met name de verrekening van de verkoopopbrengst van aandelen, verwijst het hof naar een nader rolmoment. Tevens wijst het hof het beroep op kwade trouw van Dexia af en houdt het verdere beslissingen aan.
Uitkomst: Het hof vernietigt de leaseovereenkomsten II, III en IV wegens ontbreken schriftelijke toestemming en wijst de vorderingen van appellant toe.