Uitspraak
1.Voordeel uit gelden afkomstig van [slachtoffer]
- op 14 maart 2003 een bedrag van € 1.500.000,00 en op 26 juni 2003 een bedrag van € 2.800.000,00 is ontvangen op de [naam rekening] ;
- op 7 januari 2004 een bedrag van € 1.580.373,37 is ontvangen op de bankrekening van [X Ltd.] , waarvan uiteindelijk een bedrag van € 1.500.000,00 is overgemaakt naar een ABN-AMRO rekening, zijnde een privérekening van de veroordeelde.
€ 17.068.165,75 [2] .
2.Vervolgprofijt algemeen
3.Vervolgprofijt uit storting op privérekening
4.Vervolgprofijt uit verstrekken leningen
€ 1.191.833,33. Het verweer van de verdediging wordt daarmee verworpen.
5.Vervolgprofijt uit aflossen lening
6.Voordeel uit “heling”
€ 5.218.472,49.
7.Conclusie
aanstondsduidelijk is dat de betrokkene op dit moment en in de toekomst geen draagkracht heeft of zal hebben. Uit hetgeen daartoe is aangevoerd en overigens over de persoon van de veroordeelde is gebleken, is dat niet aanstonds aannemelijk geworden. Daarbij is van belang dat het openbaar ministerie de mogelijkheid heeft om de veroordeelde gedurende de voor de ontnemingsmaatregel geldende verjaringstermijn onbeperkt uitstel van betaling dan wel betaling in termijnen toe te staan, en dat de veroordeelde op grond van artikel 577b, tweede lid, Sv vermindering dan wel kwijtschelding van het door het hof vastgestelde bedrag kan verzoeken. Er is dan ook, in elk geval in dit stadium, onvoldoende reden om op grond van de draagkracht van de veroordeelde de betalingsverplichting op een lager bedrag vast te stellen.
€ 24.493.121,78(= € 24.498.121,78
-€ 5.000.00).
€ 24.498.121,78 (vierentwintigmiljoen vierhonderdachtennegentigduizend honderdeenentwintig euro en achtenzeventig cent).
betaling aan de Staatter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel van een bedrag van
€ 24.493.121,78 (vierentwintigmiljoen vierhonderddrieënnegentigduizend honderdeenentwintig euro en achtenzeventig cent).