ECLI:NL:GHAMS:2018:4489
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot matiging of kwijtschelding ontnemingsmaatregel
De veroordeelde is bij arrest van 27 december 2011 verplicht tot betaling van €56.466 aan de Staat wegens ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. Dit bedrag is bij beschikking van 27 mei 2016 gematigd tot €23.650. Op 7 juni 2018 heeft de veroordeelde een verzoek ingediend om dit resterende bedrag kwijt te schelden of te matigen tot €10.000, vanwege zijn persoonlijke en financiële omstandigheden.
Het hof heeft het verzoek in raadkamer behandeld op 21 augustus 2018, waarbij de veroordeelde, zijn advocaat en de advocaat-generaal zijn gehoord. De advocaat-generaal adviseerde tot afwijzing van het verzoek. Het hof heeft de persoonlijke situatie van de veroordeelde beoordeeld, waaronder zijn netto-inkomen van €1.440 per maand, antikraakwoning en studieschuld.
Het hof oordeelde dat de betalingsonmacht onvoldoende aannemelijk was en dat de veroordeelde zich onvoldoende heeft ingespannen om aan zijn betalingsverplichting te voldoen, wat blijkt uit het feit dat hij voorafgaand aan de beschikking niets heeft betaald. Daarom is het verzoek tot matiging of kwijtschelding afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot matiging of kwijtschelding van de ontnemingsmaatregel wordt afgewezen.