ECLI:NL:GHAMS:2018:4547
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot vernietiging arbitraal vonnis wegens geen schending hoor en wederhoor
In deze civiele zaak vordert eiser [X] de vernietiging van een arbitraal vonnis dat de omvang van zijn schade vaststelde na onrechtmatig handelen door de Staat. Het arbitraal vonnis bepaalde dat [X] vanaf medio 2009 schadebeperkende maatregelen had moeten nemen door zijn inkomsten te herstellen, wat eiser betwist als een verrassingsbeslissing en schending van hoor en wederhoor.
Het hof stelt vast dat het scheidsgerecht de schade op grond van artikel 6:97 BW Pro mocht schatten en dat de Staat in het arbitrale geding expliciet heeft gewezen op de schadebeperkingsplicht van [X]. Er is een debat gevoerd over de mogelijkheid van alternatieve inkomsten, waarbij partijen schriftelijk en mondeling zijn gehoord. Het hof oordeelt dat geen sprake is van een verrassingsbeslissing of schending van het recht op hoor en wederhoor.
Daarnaast is het betoog van [X] dat hij niet mocht bewijzen met geluidsopnamen van bedreigingen ongegrond, omdat hij niet nadrukkelijk heeft aangedrongen op het beluisteren daarvan. Het hof concludeert dat het arbitrale vonnis niet vernietigd kan worden en wijst de vordering van [X] af, waarbij hij wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot vernietiging van het arbitraal vonnis wordt afgewezen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.