ECLI:NL:GHAMS:2018:4695
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging leaseovereenkomst wegens ontbreken schriftelijke toestemming echtgenote
In deze zaak stond de geldigheid van een leaseovereenkomst van 20 december 2000 centraal, die werd aangemerkt als koop op afbetaling (huurkoop). De echtgenote van appellant had de nietigheid van deze overeenkomst ingeroepen wegens het ontbreken van haar schriftelijke toestemming, zoals vereist in art. 1:88 en Pro 1:89 BW.
De kantonrechter had de vorderingen van appellant afgewezen omdat hij oordeelde dat de verjaringstermijn was verstreken. Het hof oordeelde echter dat de verjaringstermijn door een collectieve procedure van 13 maart 2003 was gestuit, waardoor de vernietiging tijdig was ingeroepen. Dexia kon dit niet betwisten.
Het hof vernietigde het vonnis van de kantonrechter en verklaarde de leaseovereenkomst rechtsgeldig vernietigd. Dexia werd veroordeeld tot terugbetaling van de betaalde bedragen, verminderd met ontvangen dividenden, en tot betaling van wettelijke rente vanaf 10 februari 2005. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten werd afgewezen vanwege onvoldoende onderbouwing.
Tot slot werd Dexia veroordeeld in de proceskosten van beide instanties en verklaarden de rechters de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De leaseovereenkomst van 20 december 2000 is vernietigd en Dexia is veroordeeld tot terugbetaling met wettelijke rente vanaf 10 februari 2005.