Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
3.Geschil in hoger beroep
4.Beoordeling van het geschil
De rechtbank heeft geoordeeld dat de door belanghebbende aangevoerde omstandigheden het na afloop van de termijn indienen van het bezwaar, niet verschoonbaar maken. Het Hof acht dat oordeel van de rechtbank juist en maakt het tot het zijne. In hoger beroep zijn geen nieuwe feiten en/of omstandigheden door belanghebbende gesteld die een ander oordeel rechtvaardigen.
Dit laatste had de rechtbank dienen te betrekken bij haar oordeel over de ontvankelijkheid van belanghebbendes beroep. Omdat de rechtbank dat niet heeft gedaan, zal het Hof doen hetgeen de rechtbank had behoren te doen, en het beroep voor zover gericht tegen de ambtshalve vermindering, alsnog niet-ontvankelijk verklaren.
6.Kosten
7.Beslissing
- vernietigt de uitspraak van de rechtbank doch uitsluitend voor zover het beroep is gericht tegen de ambtshalve vermindering;
- verklaart het beroep voor zover gericht tegen de ambtshalve vermindering niet-ontvankelijk, en
- bevestigt de uitspraak van de rechtbank voor het overige.