Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.[geïntimeerde sub 1] ,
1.Het geding in hoger beroep
2.Feiten
3.Beoordeling
grieven 1 en 2op tegen toewijzing door de kantonrechter van de vorderingen van [appellant] betreffende schadevergoeding, zoals in het dictum in conventie onder II en III bepaald en overwogen onder rov 8 van het bestreden vonnis. Volgens [geïntimeerden] heeft de kantonrechter ten onrechte niet overwogen dat [appellant] alsnog het redelijk voorstel van [geïntimeerden] had aanvaard dan wel zijn rechten heeft verwerkt schadevergoeding van hen te verlangen omdat de berging hem vanaf 29 september 2008 niet meer ter beschikking stond en heeft de kantonrechter ten onrechte (wel) overwogen dat de vordering tot schadevergoeding niet is verjaard.
grieven 3 tot en met 5van [geïntimeerden] richten zich, samengevat, tegen de afwijzing door de kantonrechter van hun vordering tot verklaring voor recht dat [appellant] met de weigering van de vervangende berging op de tweede verdieping heeft gehandeld in strijd met zijn verplichting tot goed huurderschap en /of met het verbod op misbruik van recht, tegen het oordeel dat de buitengerechtelijke ontbinding niet rechtsgeldig zou zijn alsook tegen afwijzing van hun vordering tot winstafdracht, zoals overwogen onder rov 18 van het bestreden eindvonnis.
“Ik denk dat een van de weinige mogelijkheden om vergunning te verkrijgen is door reëel te compenseren.”De medewerker is blijkens zijn woordgebruik niet zeker over deze uitspraak en laat bovendien ruimte voor andere mogelijkheden. Evenmin hebben [geïntimeerden] nader onderbouwd dat zij schade hebben geleden door de verboden onderhuur aan [A] , zodat de vordering tot winstafdracht niet kan worden toegewezen. Vergoeding van proceskosten wordt begrepen in een proceskostenveroordeling. Tussen een hogere te ontvangen huurprijs voor de woning en het gebruik van de woning door [A] bestaat geen verband.
4.Beslissing
--voor nasalaris, te vermeerderen met € 82,-- voor nasalaris en de kosten van het betekeningsexploot ingeval betekening van dit arrest plaatsvindt, te vermeerderen met de wettelijke rente, indien niet binnen veertien dagen na dit arrest dan wel het verschuldigd worden van de nakosten aan de kostenveroordeling is voldaan;