ECLI:NL:GHAMS:2018:4814
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Tussenarrest over comparitie en procedurele regeling in hoger beroep civiele zaak
In deze civiele zaak heeft appellante hoger beroep ingesteld tegen een of meer tussen partijen gewezen vonnissen. Het hof heeft besloten een comparitie van partijen te gelasten met het doel om aanvullende inlichtingen te verkrijgen, een minnelijke regeling te beproeven en het verdere verloop van het hoger beroep te bespreken. Hierbij kunnen mediation, bewijsvoering en rapportage door deskundigen aan de orde komen.
Partijen dienen persoonlijk of vertegenwoordigd door een daartoe bevoegde persoon te verschijnen, samen met hun advocaten, voor een raadsheer-commissaris van het hof. Tevens is een termijn gesteld waarbinnen partijen hun verhinderdagen moeten opgeven, waarna de comparitie zal worden vastgesteld. Verder is bepaald dat appellante binnen vier weken het volledige procesdossier in tweevoud bij het hof moet indienen, en dat partijen uiterlijk twee weken voor de comparitie de stukken waarop zij zich verder willen beroepen aan het hof en de wederpartij moeten toezenden.
Alle verdere beslissingen worden aangehouden totdat de comparitie heeft plaatsgevonden. Dit tussenarrest is gewezen door de meervoudige kamer van het gerechtshof Amsterdam en in het openbaar uitgesproken op 18 december 2018.
Uitkomst: Het hof gelast een comparitie van partijen en houdt verdere beslissingen aan.