ECLI:NL:GHAMS:2018:4864
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Omgangsregeling grootmoeder met kleindochter onder begeleiding vastgesteld
De grootmoeder is in hoger beroep gekomen tegen de afwijzing van haar verzoek tot een omgangsregeling met haar kleindochter, een minderjarig meisje dat onder voogdij van een gecertificeerde instelling (GI) staat. De moeder van het kind heeft het eenhoofdig gezag verloren en de GI is benoemd tot voogd. De grootmoeder betoogt dat het contact in het belang is van het kind en verwijst naar het recht op omgang en family life.
De GI erkent het belang van contact, maar acht een wekelijkse omgang te belastend voor het getraumatiseerde kind dat in een pleeggezin woont en behoefte heeft aan stabiliteit en veiligheid. De GI pleit voor een begeleide omgang met een lagere frequentie. De Raad voor de Kinderbescherming adviseert eveneens een begeleide omgang eens per maand, aansluitend bij de omgangsregeling met de ouders.
Het hof concludeert dat omgang noodzakelijk is en dat de grootmoeder een belangrijke stabiele factor vormt. Het contact dient begeleid plaats te vinden met duidelijke afspraken om het emotioneel welzijn van het kind te waarborgen. De omgangsregeling wordt vastgesteld op eens per maand gedurende anderhalf uur onder begeleiding van een onafhankelijke derde. Het verzoek tot benoeming van een bijzondere curator wordt niet behandeld vanwege toewijzing van het primaire verzoek.
Uitkomst: Het hof stelt een begeleide omgangsregeling vast waarbij de grootmoeder haar kleindochter eens per maand anderhalf uur mag zien.