Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
3.Geschil in hoger beroep
- de factuurwaarde van de advocaatkosten ad € 18.908,50 wordt verrekend met de ib/pvv 2012 en de daarop betrekking hebbende btw ad € 3.921 wordt terugbetaald;
- dat over de jaren 2010, 2011 en 2013-2016 voldane omzetbelasting, in totaal € 64.199,19, wordt terugbetaald;
- dat alle aanslagen ib/pvv over de jaren 2007 tot en met 2016 worden gecorrigeerd ter zake van aftrek van juridische kosten;
- dat een in 2009 gesloten vaststellingsovereenkomst
- indien wordt geoordeeld dat belanghebbende en zijn bedrijven niet belastingplichtig zijn, dan worden alle belastingen teruggevorderd die sinds het jaar 1996 zijn betaald, met vergoeding van rente, tot een totaalbedrag van circa € 800.000; belanghebbende verzoekt het Hof ter zake al vast een voorschot van € 220.000 toe te kennen;
- dat een vergoeding van 10% (€ 6.778,77) wordt toegekend wegens “schending en nalatigheid”, dit met “overeenkomstige toepassing van artikel 67f AWR”, en
- indien wordt geoordeeld dat de afspraken met de Belastingdienst niet met belanghebbende maar met [Y] Beheer B.V. zijn gemaakt, dan wordt € 19.627 teruggevorderd aan btw over de boekjaren 2012 t/m 2016 en dient aan belanghebbende verlies uit onderneming te worden toegekend in elk van de jaren 2012 t/m 2015.
4.Het oordeel van de rechtbank
5.Beoordeling van het geschil
Motiveringsbeginsel