ECLI:NL:GHAMS:2018:506
Gerechtshof Amsterdam
- Rekestprocedure
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep vergoeding kosten rechtsbijstand na sepot strafzaak
Appellant verzocht om vergoeding van kosten rechtsbijstand in een strafzaak die was geseponeerd. De rechtbank wees dit verzoek af omdat zij meende dat bij een veroordeling was uitgekomen. Het hof oordeelt dat deze motivering strijdig is met de onschuldpresumptie en verklaart het hoger beroep gegrond.
Het hof beoordeelt de gedeclareerde reistijdkosten als niet-vergoedingswaardig omdat appellant niet in detentie was en geen belemmering had om de advocaat op kantoor te bezoeken. Wel kent het hof een billijke vergoeding toe van €484 voor de strafzaak en €830 voor het verzoekschrift.
Het hof vernietigt de eerdere beschikking en beveelt uitbetaling van het totaalbedrag van €1.314 uit ’s Rijks kas aan appellant. Het vonnis is uitgesproken door de meervoudige raadkamer van het gerechtshof Amsterdam op 9 februari 2018.
Uitkomst: Het hof kent appellant een vergoeding van €1.314 toe voor kosten rechtsbijstand na sepot.