Het gerechtshof Amsterdam heeft het hoger beroep behandeld tegen het vonnis van de politierechter Amsterdam van 15 november 2017. De verdachte werd beschuldigd van het opzettelijk verkopen en aanwezig hebben van cocaïne op 6 november 2017 in Amsterdam.
Het hof achtte wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte cocaïne heeft verkocht en in bezit had, maar sprak hem vrij van overige tenlasteleggingen. De strafbaarheid van het bewezen verklaarde werd bevestigd op grond van de Opiumwet.
Bij de strafoplegging hield het hof rekening met de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het plaatsvond en de persoon van de verdachte. Vanwege zijn veelvuldige onherroepelijke veroordelingen voor soortgelijke feiten in de afgelopen vier jaar, werd een gevangenisstraf van 3 maanden opgelegd zonder voorwaardelijke straf, anders dan de politierechter die deels voorwaardelijk had opgelegd.
De tijd die de verdachte in voorarrest had doorgebracht, wordt in mindering gebracht op de opgelegde straf. Het arrest werd uitgesproken door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 10 december 2018.