Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
grief 1ingetrokken.
2.Feiten
grief 2(mede) gericht, waarmee Steenvastgoed bestrijdt dat de vergadering van eigenaars akkoord is gegaan met het advies van Texplor en de uitvoering daarvan. Het hof zal daarmee in het navolgende rekening houden. Voor het overige is de feitenvaststelling onbestreden gebleven, zodat het hof deze ook als uitgangspunt zal nemen, waar nodig aangevuld met andere feiten die als enerzijds gesteld en anderzijds niet of onvoldoende betwist zijn komen vast te staan.
3.Beoordeling
In de vorige vergadering is vastgesteld dat inzake de vloer van [nummer] twee zaken duidelijk moeten worden:
4.2 Aanbevelingen
in hoeverre de vochtproblemen een belemmering vormen voor het huidige gebruik”. Zoals Steenvastgoed heeft aangevoerd en de VvE onvoldoende gemotiveerd heeft betwist en ter zitting desgevraagd heeft bevestigd, is het huidige/feitelijke gebruik van het appartement van Steenvastgoed kantoorruimte.
het huidige gebruik”. Dit blijkt uit haar rapport van 20 juni 2014, waarin Texplor als antwoord op de vraag in hoeverre de vochtproblemen een belemmering vormen voor het huidige gebruik op pagina 7 vermeldt: “
Tijdens ons onderzoek werd het souterrain benut voor opslag of magazijn. Voor dit gebruik is de vochtproblematiek geen belemmering (…).Zoals hiervoor onder 3.6 en 3.7 overwogen, is de bestemming van het appartement van Steenvastgoed bedrijfsruimte, waaronder begrepen het huidige/feitelijke gebruik als kantoorruimte. Het gebruik is niet beperkt tot gebruik als opslag of magazijn, nu uit de splitsingsakte kan worden opgemaakt (zie hiervoor onder 3.1.3) dat bedrijfsruimte en berging twee verschillende bestemmingen zijn.