Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.[X] ,
ZIJ DIE (OVERIGENS) VERBLIJVEN IN DE ONROERENDE ZAAK AAN DE [adres],
Gerechtshof Amsterdam
De gemeente Den Helder had twee gebruiksovereenkomsten gesloten met [X] voor het gebruik van een voormalig postkantoor als museum, atelier en woonruimte. De gemeente zegde deze overeenkomsten op in verband met de verkoop van het pand. [X] had een aanzienlijke betalingsachterstand van ruim €19.000 voor nutsvoorzieningen.
De voorzieningenrechter wees de vordering tot ontruiming af omdat de overeenkomsten mogelijk huurovereenkomsten waren en nader onderzoek nodig was. De gemeente ging in hoger beroep en stelde dat het spoedeisend belang voldoende was vanwege de verkoop en de betalingsachterstand.
Het hof oordeelde dat het spoedeisend belang aannemelijk was en dat de betalingsachterstand een tekortkoming vormde die waarschijnlijk tot ontbinding van de overeenkomsten zal leiden. Daarom werd de vordering tot ontruiming toegewezen met een termijn van dertig dagen en een dwangsom bij niet-naleving.
De gemeente werd in het gelijk gesteld en [X] werd veroordeeld tot ontruiming en betaling van proceskosten. Het hof liet de kwalificatie van de overeenkomsten als huur of bruikleen in het midden, omdat dit nader onderzoek vergt. Het arrest werd op 13 maart 2018 uitgesproken.
Uitkomst: Het hof veroordeelt [X] tot ontruiming van het pand binnen dertig dagen met een dwangsom bij niet-naleving.