Uitspraak
1.[geïntimeerde sub 1] ,
[geïntimeerde sub 2],
Gerechtshof Amsterdam
In deze civiele zaak in hoger beroep vordert geïntimeerden dat appellant zekerheid stelt voor proceskosten en schadevergoeding, omdat appellant geen woonplaats in Nederland heeft. Appellant woont in de Verenigde Staten en beroept zich op het Verdrag van vriendschap, handel en scheepvaart tussen Nederland en de VS uit 1956, dat hem vrijstelt van de verplichting tot zekerheidstelling.
Het hof overweegt dat artikel 224 lid 1 Rv Pro inderdaad vereist dat een partij zonder woonplaats in Nederland zekerheid stelt, tenzij uitzonderingen van artikel 224 lid 2 Rv Pro van toepassing zijn. Het hof stelt vast dat het Verdrag met de VS, en het bijbehorende protocol, een dergelijke uitzondering vormen. Het Verdrag garandeert onderdanen van de ene partij nationale behandeling en omvat het recht op vrijstelling van het storten van een waarborgsom voor kosten.
Omdat appellant onbetwist in de VS woont en daarmee onderdaan is in de zin van het Verdrag, is hij vrijgesteld van zekerheidstelling. De vordering van geïntimeerden wordt daarom afgewezen. De kosten van het incident worden aan geïntimeerden opgelegd bij het eindarrest. De hoofdzaak wordt verwezen voor verdere behandeling.
Uitkomst: De vordering tot zekerheidstelling wordt afgewezen wegens vrijstelling op grond van het verdrag met de Verenigde Staten.