ECLI:NL:GHAMS:2019:1007
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over billijke vergoeding bij ontbinding arbeidsovereenkomst wegens ernstig verwijtbaar handelen werkgever
De werknemer trad op 1 mei 2015 in dienst en meldde zich op 18 mei 2017 ziek. Er ontstonden conflicten over haar re-integratie, waarbij de werkgever onder meer een loonstop toepaste en onnodige druk uitoefende, wat leidde tot een arbeidsconflict en ontbinding van de arbeidsovereenkomst per 1 oktober 2018.
De kantonrechter oordeelde dat de ontbinding het gevolg was van ernstig verwijtbaar handelen van de werkgever en kende een billijke vergoeding toe van €21.384,43 bruto. De werkgever ging in hoger beroep tegen dit oordeel en de hoogte van de vergoeding.
Het hof bevestigde het verwijtbaar handelen van de werkgever, onder meer vanwege het onterecht toepassen van loonstoppen, het negeren van medische adviezen en het onnodig benaderen van de werknemer, ook in haar privé-sfeer. Wel matigde het hof de billijke vergoeding naar €10.000,- bruto, rekening houdend met de korte duur van het dienstverband, de huidige arbeidsgeschiktheid van de werknemer en haar kansen op de arbeidsmarkt.
De overige vorderingen van partijen werden afgewezen en iedere partij draagt de eigen kosten van het hoger beroep. De beschikking van de kantonrechter werd in zoverre vernietigd en opnieuw beslist door het hof.
Uitkomst: Het hof matigt de billijke vergoeding tot €10.000,- bruto en bevestigt het ernstig verwijtbaar handelen van de werkgever.