ECLI:NL:GHAMS:2019:1047
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep kort geding
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof bevestigt geldigheid en handhaving concurrentiebeding zonder billijke vergoeding
MBA, een recruitmentbedrijf, vordert in hoger beroep de volledige handhaving van het concurrentiebeding tegen haar voormalige werknemer, die na beëindiging van zijn dienstverband bij Next Ventures is gaan werken, een concurrent in dezelfde branche. De voorzieningenrechter had het concurrentiebeding deels geschorst, maar het hof vernietigt dit oordeel.
Het hof oordeelt dat het concurrentiebeding rechtsgeldig is, ondanks de ruime formulering, en dat de werknemer het beding schendt door concurrerende werkzaamheden te verrichten. De stelling dat MBA ernstig verwijtbaar heeft gehandeld, waardoor het beding niet zou gelden, wordt verworpen wegens onvoldoende bewijs.
Bij de belangenafweging weegt het hof zwaar mee dat de werknemer toegang had tot vertrouwelijke bedrijfsinformatie, waardoor MBA schade kan lijden. Het belang van de werknemer bij schorsing van het beding, onder meer vanwege gezondheid en arbeidskeuze, weegt minder zwaar. Een billijke vergoeding wordt niet toegekend omdat de werknemer niet in belangrijke mate wordt belemmerd en alternatieve werkmogelijkheden heeft.
Het hof veroordeelt de werknemer om zijn werkzaamheden voor Next Ventures te staken en legt een dwangsom op bij niet-nakoming. Tevens wordt de werknemer veroordeeld in de proceskosten van beide instanties.
Uitkomst: Het hof wijst de vordering van MBA tot volledige handhaving van het concurrentiebeding toe en veroordeelt de werknemer tot staking van werkzaamheden voor Next Ventures zonder billijke vergoeding.