Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
voetnoot 1: Het geëiste rendement is ontleend uit de landelijke taxatiewijzer Hotels wpd 1-1-2014 van de VNG, blz. 17 en is gebaseerd op transacties.]. Per kamer komt dit [n]eer op € 67.615 per kamer.
voetnoot 1: Dit kengetal is gebaseerd op gesprekken met hoteliers]. Gemachtigde noemt (…) op blz. 10 van het taxatierapport een aantal bouwkundige problemen en noemt een Capex bedrag van € 260.000. Het verschil in staat van onderhoud ten opzichte van [vergelijkingsobject 4] kan derhalve begroot worden op € 5.897 per kamer (€ 5.000 + (260.000/290 kamers).”
voetnoot 1:Dit kengetal is gebaseerd op gesprekken met hoteliers] [object 5] dient derhalve met € 5.000 positief gecorrigeerd te worden. Voor dit aspect is de correctie achterwege gelaten. Dit is in het voordeel van belanghebbende.”
€] 38.872.692 (exclusief erfpachtcorrectie). Dit onderbouwt onze stelling dat het hotel in de bezwaarfase zeker niet te hoog gewaardeerd is.”
Hof:[vergelijkingsobject 2] ] ligt aan [het water] , [adres 8] [
Hof:[vergelijkingsobject 3] ] ligt in historisch centrum. Referentie 1 en 4. Van het hele rijtje zijn voor [ [object 1] ] de twee meest geschikte gehanteerd. (…) De kapitalisatiefactor range is er uit gehaald. Qua ligging en vier-sterren hotels met dezelfde faciliteiten. De kapitalisatiefactor is 14,5. Op de kaart zie je dat alleen 1 en 4 relevant zijn.
€ -
€ 10.500.000-
€ -
€ 5.250.000-
€ -
€ 1.350.000-
€ -
€ 260.000-
€ -
€ 35.800-
3.Geschil in hoger beroep
4.De uitspraak van de rechtbank
Hof:van 17 juni 2016] op het standpunt gesteld dat in [plaats] voldoende hoteltransacties aanwezig zijn, zodat gebruik gemaakt kan worden van de vergelijkingsmethode.
Hof:zie het onder [2.5.1] opgenomen overzicht].
Hof: zie het onder [2.4.1] opgenomen overzicht]
Hof:2.2]. Afgezet tegen de gemiddelde gerealiseerde prijs van de hotelkamers van de vergelijkingsobjecten ten bedrage van € 222.675,- meent verweerder dat de overige objecten van eiseressen niet te hoog zijn gewaardeerd.
Hof:zie – voor de in hoger beroep nog in geschil zijnde objecten – het onder [2.12.3] opgenomen overzicht]
5.Beoordeling van het geschil
Kamerstukken II1993/94, 22 885, nr. 3, blz. 44). In zijn arrest van 25 april 2014, ECLI:NL:HR:2014:982, BNB 2014/169, heeft de Hoge Raad in dit verband het volgende overwogen:
ramp-up-periode) en voor
rebranding(frictieleegstand), is juist, maar voor de daarmee gemoeide kosten worden huurders in deze overspannen markt niet gecompenseerd middels incentives, zeker niet op
- tussen partijen is niet in geschil dat de hotels (en de vergelijkingsobjecten) moeten worden gewaardeerd naar de feitelijke situatie ervan op de waardepeildatum (1 januari 2014) en niet naar de toestand van de objecten bij de aanvang van het kalenderjaar (1 januari 2015), aangezien zich tussen waardepeildatum en toestandsdatum geen hiervoor relevante ontwikkelingen hebben voorgedaan. De heffingsambtenaar heeft ter zitting in hoger beroep verklaard dat de vermelding “op situatiedatum” in de (aanvullende) reacties taxateur telkens op een verschrijving berust;
- beide partijen hebben ter zitting verklaard dat de noodzaak tot en de wijze van berekening van de correctie voor de kraag in de huur, niet in geschil is. Het Hof verstaat partijen aldus dat iedere partij de berekeningswijze van de wederpartij (bij de onderbouwing van de door hem/haar verdedigde waarde aan de hand van de aangevoerde vergelijkingsobjecten) op dit punt niet betwist, ook al vertonen de berekeningen onderling verschillen.
volledigebedrag van € 9.680.000 waarvoor [object 2] in 2015 is gerenoveerd, in mindering gebracht op de prijs per kamer van dit hotel. Aangezien [object 2] na deze renovatie een viersterrenhotel is geworden, acht het Hof aannemelijk dat de heffingsambtenaar met deze correctie voldoende rekening heeft gehouden met zowel de onderlinge verschillen in onderhoudsstaat als het verschil in aantal sterren op de waardepeildatum tussen [object 2] (dat op de waardepeildatum nog een driesterrenhotel was) en de vergelijkingsobjecten (viersterrenhotels).
volledigebedrag van de kosten van achterstallig onderhoud en renovatie in aanmerking heeft genomen en zich bovendien met succes kan beroepen op interne compensatie voor een bedrag van € 1.500.000, aannemelijk heeft gemaakt dat hij de WOZ-waarde van [object 2] niet te hoog heeft vastgesteld en dat hij met de door de interne compensatie ontstane positieve marge voldoende rekening heeft gehouden met de overige verschillen tussen [object 2] en de genoemde vergelijkingsobjecten.
6.Kosten
7.Beslissing
- vernietigt de uitspraak van de rechtbank voor zover het de beslissing betreft in de zaak met kenmerk AMS 16/786 ( [object 2] );
- verklaart het beroep in de zaak met kenmerk AMS 16/786 ongegrond;
- bevestigt de uitspraak van de rechtbank voor het overige;
- veroordeelt de heffingsambtenaar in de proceskosten in hoger beroep van belanghebbenden tot een bedrag van € 3.344; en
- bepaalt dat van de heffingsambtenaar een griffierecht in hoger beroep wordt geheven van (3 x € 501 =) € 1.503.