ECLI:NL:GHAMS:2019:1311

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
16 april 2019
Publicatiedatum
17 april 2019
Zaaknummer
23-002049-18
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 285 SrArt. 404 SvArt. 422 SvArt. 27 SrArt. 27a Sr
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging vonnis bedreiging in druk uitgaansgebied met aangepaste strafoplegging

De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor bedreiging van meerdere personen in een druk uitgaansgebied. Hij had met een mes gedreigd en gezwaaid tijdens een vechtpartij, wat de gespannen sfeer versterkte en de veiligheid van omstanders bedreigde.

In hoger beroep bevestigt het hof de bewezenverklaring van bedreiging, maar vernietigt het de opgelegde straf. De rechtbank had een gevangenisstraf van 3 maanden opgelegd, waarvan 1 maand voorwaardelijk met voorwaarden. Het hof acht een voorwaardelijk strafdeel niet langer nodig vanwege de positieve gedragsverandering van de verdachte.

Het hof legt een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 2 maanden op, met aftrek van de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht. De eerdere veroordeling voor een soortgelijk feit wordt meegewogen, evenals de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder het werd gepleegd.

De verdachte is niet-ontvankelijk verklaard voor het hoger beroep tegen de vrijspraak van een ander ten laste gelegd feit, omdat hoger beroep daarop niet openstaat. Het vonnis is uitgesproken op 16 april 2019 door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam.

Uitkomst: De verdachte is veroordeeld tot 2 maanden onvoorwaardelijke gevangenisstraf met aftrek van voorarrest.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-002049-18
datum uitspraak: 16 april 2019
TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsman)
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 7 juni 2018 in de strafzaak onder parketnummer 13-703198-16 tegen
[verdachte],
geboren te Aruba op [geboortedag] 1990,
adres: [adres].

Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep

De verdachte is door rechtbank Amsterdam vrijgesproken van hetgeen aan hem onder 1 is ten laste gelegd. Het hoger beroep is door de verdachte onbeperkt ingesteld en is derhalve mede gericht tegen de in eerste aanleg gegeven beslissing tot vrijspraak. Gelet op hetgeen is bepaald in artikel 404, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering staat voor de verdachte tegen deze beslissing geen hoger beroep open. Het hof zal de verdachte dan ook niet-ontvankelijk verklaren in het ingestelde hoger beroep, voor zover dat is gericht tegen de in het vonnis waarvan beroep gegeven vrijspraak.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 2 april 2019 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Tegen voormeld vonnis is door de verdachte hoger beroep ingesteld.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsman naar voren is gebracht.

Vonnis waarvan beroep

Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep – voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen – en zal dit derhalve bevestigen behalve ten aanzien van de opgelegde straf. In zoverre zal het vonnis worden vernietigd.

Oplegging van straf

De rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het in eerste aanleg onder 2 bewezen verklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden met aftrek van de tijd die door de verdachte in voorarrest is doorgebracht, waarvan 1 maand voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren en de oplegging van algemene en bijzondere voorwaarden.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het onder 2 ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden, met aftrek van de tijd die door de verdachte in voorarrest is doorgebracht, waarvan 1 maand voorwaardelijk en een proeftijd van 2 jaren.
De raadsman heeft verzocht, indien het hof tot een bewezenverklaring komt, een straf op te leggen die gelijk is aan de duur die door de verdachte in voorarrest is doorgebracht zonder de oplegging van bijzondere voorwaarden. De omstandigheden van de verdachte zijn ten positieve veranderd: hij heeft zich het advies van de reclassering aangetrokken, heeft een baan, heeft de band met zijn vriendin verstevigd en heeft contact met zijn vader. De kans is groot dat hij niet terugkeert naar Nederland.
Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan de bedreiging van meerdere personen. Hij bevond zich op dat moment op de openbare weg in een druk uitgaansgebied tussen langslopend publiek. Er hing reeds een gespannen sfeer tussen een aantal personen en op het moment dat de eerste klappen vielen, heeft de verdachte zich erin gemengd en met een mes gedreigd en gezwaaid en dreigende taal geuit richting de aangevers. In plaats van de vechtende mensen uit elkaar te houden, heeft de verdachte door zijn gedrag bijgedragen aan de dreigende sfeer. Men kan van geluk spreken dat de gevolgen van zijn gebruik van het mes niet ernstiger zijn geweest. Ook voor omstanders moet het een beangstigende situatie geweest zijn. Het gedrag van de verdachte doet afbreuk aan het gevoel van veiligheid op straat. Het hof rekent dat de verdachte aan.
Blijkens een de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 21 maart 2019 is hij eerder ter zake van bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht onherroepelijk veroordeeld, hetgeen het hof in het nadeel van de verdachte meeweegt.
Anders dan de rechtbank, acht het hof een voorwaardelijk strafdeel met daaraan verbonden algemene en bijzondere voorwaarden niet (langer) nodig, nu de verdachte sinds de onderhavige zaak niet opnieuw voor een strafbaar feit is veroordeeld. Het hof acht, alles afwegende, een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur passend en geboden.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op artikel 285 van Pro het Wetboek van Strafrecht.
Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissing ter zake van het onder 1 ten laste gelegde.
Vernietigt het vonnis, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen, ten aanzien van de strafoplegging en doet in zoverre opnieuw recht.
Veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstrafvoor de duur van
2 (twee) maanden.
Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen voor het overige, met inachtneming van het hiervoor overwogene.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. J.D.L. Nuis, mr. N.A. Schimmel en mr. R.P. den Otter, in tegenwoordigheid van mr. N.E.M. Keereweer, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 16 april 2019.
=========================================================================
[…]