ECLI:NL:GHAMS:2019:1324
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Vordering tot wijziging BKR-registratie wegens niet-opeisbaarheid en verjaring afgewezen behalve verwijdering codes
In deze civiele zaak heeft appellant hoger beroep ingesteld tegen een beschikking van de rechtbank Amsterdam waarin zijn verzoek tot wijziging en verwijdering van een BKR-registratie door Hoist werd afgewezen. De registratie betrof een kredietovereenkomst die oorspronkelijk was aangegaan met Santander, waarvan de vordering was overgedragen aan Hoist.
Appellant stelde dat de vordering verjaard was en dat Hoist niet rechthebbende was, en verzocht om verwijdering van de registratie of aanpassing van de einddatum. De rechtbank oordeelde echter dat de overdracht rechtsgeldig was, de vordering niet verjaard en dat Hoist niet gehouden was een einddatum te vermelden.
Tijdens de appelprocedure bracht appellant een vonnis in dat de vordering van Hoist door de kantonrechter was afgewezen wegens het ontbreken van een deugdelijke ingebrekestelling, waardoor de vordering niet opeisbaar was. Het hof achtte dit nieuwe feit relevant en besloot dat Hoist binnen 14 dagen de codes A (achterstand) en 2 (restantvordering geheel opeisbaar) uit de BKR-registratie moest verwijderen. De overige grieven van appellant werden afgewezen. Hoist werd veroordeeld in de kosten van beide procedures.
Uitkomst: Hoist wordt veroordeeld tot verwijdering van de codes A en 2 uit de BKR-registratie, overige verzoeken worden afgewezen.