Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.[X] ,
[Y],
[jongmeerderjarige sub 3] ,
[minderjarige sub 4],
[minderjarige sub 5] ,
[minderjarige sub 6] ,
Gerechtshof Amsterdam
Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep van een gezin met minderjarige kinderen tegen een vonnis van de voorzieningenrechter dat hen veroordeelde tot ontruiming van hun woonruimte in een asielzoekerscentrum (AZC). Het gezin had een aangeboden zelfstandige woning geweigerd en verbleef daardoor zonder recht of titel in het AZC.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de weigering van het gezin niet gegrond was en dat COA terecht het gezin tot ontruiming had veroordeeld. Het gezin stelde echter dat de weigering mede werd veroorzaakt door de psychische gezondheidstoestand van een van de ouders, die na het overlijden van een kind psychische klachten had ontwikkeld.
Het hof stelde vast dat COA onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de weigering niet in overwegende mate door deze psychische klachten was veroorzaakt. Er was sprake van een zeer ingrijpende gebeurtenis kort voor het woningaanbod, en medische gegevens wezen op een mogelijke psychose. Het hof vond dat de rechtbank als bodemrechter mogelijk geen ontruiming zou gelasten zonder nader onderzoek naar de psychische gesteldheid.
Daarom vernietigde het hof het vonnis van de voorzieningenrechter en wees de vordering tot ontruiming af. COA werd veroordeeld tot betaling van de proceskosten in beide instanties.
Uitkomst: Het hof wijst de vordering tot ontruiming af en vernietigt het vonnis van de voorzieningenrechter.