Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
2.Feiten
Grief 1stelt aan de orde dat de feitenvaststelling niet volledig is en dat feiten die [geïntimeerde] naar voren heeft gebracht niet in de beoordeling zijn betrokken. Deze grief faalt omdat het de rechtbank vrij staat de feiten die zij van belang vindt voor de beoordeling van de zaak vast te stellen en niet verplicht is andere feiten te benoemen. De feiten zijn in hoger beroep voor het overige niet in geschil en dienen derhalve ook het hof als uitgangspunt. Samengevat komen de feiten neer op het volgende.
3.Beoordeling
grieven 2, 3 en 5hebben tot uitgangspunt dat de rechtbank ten onrechte niet heeft vastgesteld dat er sprake was van een vaste prijs, althans een taakstellend budget van rond de € 75.000,- voor de opdracht, volgend uit de begroting 1.0, ook wel genoemd de initiële offerte, van 5 april 2014. Ter toelichting stelt [geïntimeerde] dat hij aan [appellant] heeft duidelijk gemaakt dat er niet meer geld was en dat partijen zijn overeengekomen dat de kosten binnen dit bedrag zouden blijven. [appellant] heeft echter zijn verplichting verzaakt om de kosten te bewaken en hem telkens gerustgesteld. Bovendien had [appellant] als hoofdaannemer de leiding over het project en had hij ook om die reden controle moeten uitoefenen en de bouwkosten moeten bewaken. [geïntimeerde] is nooit gewaarschuwd voor extra kosten. [geïntimeerde] heeft actief toezicht gehouden op de verbouwing en meermalen geïnformeerd naar de stand van (financiële) zaken. Die handelwijze heeft geenszins tot het meerwerk geleid. Over meerwerk is nooit gesproken, anders dan de radiatoren, het washok en een deel van de uitbouw. Pas in oktober 2014 bleek dat het budget aanzienlijk was overschreden. [appellant] heeft ook geen duidelijk inzicht gegeven in de opbouw van de vordering. De grondslag van de vordering is daarmee ook onduidelijk. De stelplicht ligt niet bij [geïntimeerde] en de rechtbank had niet tot omkering van de bewijslast mogen overgaan, aldus telkens [geïntimeerde] .
grief 6betoogt [geïntimeerde] dat de rechtbank miskent dat diverse posten die door [appellant] zijn gepresenteerd onjuist zijn en niet voor betaling in aanmerking komen. Dit volgt ook uit het rapport van de kostendeskundige. Daarnaast zijn de posten aangaande de kosten van de gestelde ontvreemde zaken niet meegenomen, zoals de opbouwranden en de sleutels, aldus [geïntimeerde] . [geïntimeerde] heeft daarbij middels het rapport van de kostendeskundige de volgende posten onderbouwd betwist, en [appellant] heeft op zijn beurt daar weer verweer tegen gevoerd. Ter terechtzitting in hoger beroep zijn de posten nogmaals besproken en het hof zal deze hieronder de revue laten passeren. Het hof zal daarbij de in de stukken gebruikte nummering van de desbetreffende posten hanteren.