ECLI:NL:GHAMS:2019:142
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing ontbindingsverzoek en weigering wedertewerkstelling wegens vervallen functie
In deze zaak stond centraal of de arbeidsovereenkomst van de werknemer ontbonden kon worden en of zij recht had op toelating tot haar werkzaamheden. De werknemer was sinds 2000 in dienst bij Bravilor Bonamat B.V. en werkte als Assembly Assistant. Bravilor had de functie laten vervallen wegens bedrijfseconomische omstandigheden en had daartoe toestemming gevraagd aan het UWV.
Het UWV weigerde aanvankelijk toestemming, maar verleende deze later alsnog nadat Bravilor haar reorganisatie had onderbouwd. De kantonrechter wees het ontbindingsverzoek af en veroordeelde Bravilor de werknemer toe te laten tot haar werk, tenzij zwaarwegende belangen zich voordeden.
Het hof oordeelde dat de functie definitief was vervallen per 3 april 2017 en dat Bravilor daarom een zwaarwegend belang had om de werknemer niet toe te laten tot het werk. De eerdere veroordeling tot toelating werd vernietigd en het verzoek van de werknemer tot toelating en opeisbaarheid van dwangsommen werd afgewezen. De arbeidsovereenkomst was rechtsgeldig opgezegd en de werknemer had geen recht meer op werkhervatting.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot toelating tot de werkzaamheden af omdat de functie definitief is vervallen en de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig is opgezegd.