Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.[appellante sub 1] ,
1.Het geding in hoger beroep
- memorie van grieven, met producties;
- memorie van antwoord, met producties.
2.De feiten
3.De beoordeling
grieven 1 tot en met 3gezamenlijk te behandelen. Met deze grieven bestrijden [appellanten] het oordeel van de rechtbank, kort gezegd, dat De Alliantie niet is tekortgeschoten in de nakoming van de overeenkomsten, omdat niet kan worden geoordeeld dat de verkochte appartementen in de zin van art. 7:17 BW Pro niet aan de overeenkomst beantwoorden (geen non-conformiteit).
grief 4, die inhoudt dat de rechtbank in overweging 4.7 van het bestreden vonnis ten onrechte heeft geoordeeld dat ook het beroep op dwaling wordt verworpen, faalt. Wat er in het algemeen zij van de beschouwingen in de toelichting op deze grief, gegeven de omstandigheden i) dat ten aanzien van het ontbreken van de mogelijkheid als bewoner een parkeervergunning te verkrijgen geen spontane mededelingsplicht op De Alliantie en haar makelaar rustte en ii) dat niet vast is komen te staan dat de makelaar aan onderhavige appellanten de door hen gestelde mededeling over de mogelijkheid een dergelijke vergunning te verkrijgen heeft gedaan, hebben deze appellanten onvoldoende duidelijk gemaakt waarom hun een beroep op dwaling toekomt.