ECLI:NL:GHAMS:2019:146

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
22 januari 2019
Publicatiedatum
23 januari 2019
Zaaknummer
200.251.731/01
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
1 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Tussenarrest over comparitie en procesverloop in hoger beroep civiele zaak

In deze civiele zaak heeft appellant hoger beroep ingesteld tegen een of meer vonnissen van de rechtbank. Het hof heeft besloten een comparitie van partijen te gelasten met als doel het verkrijgen van aanvullende inlichtingen, het beproeven van een minnelijke regeling en het bespreken van het verdere verloop van het hoger beroep. Hierbij kunnen onder meer mediation, bewijsvoering en rapportage door deskundigen aan de orde komen.

Partijen dienen in persoon of vertegenwoordigd door een bevoegd persoon te verschijnen, samen met hun advocaten, voor de raadsheer-commissaris mr. E.W. de Groot. De comparitie zal plaatsvinden in het Paleis van Justitie te Amsterdam op een nader te bepalen datum. Partijen moeten hun verhinderdagen opgeven zodat het hof een geschikte datum kan vaststellen.

Verder is bepaald dat appellant binnen vier weken een kopie van het volledige procesdossier in tweevoud aan het hof zal overleggen. Ook dienen partijen uiterlijk twee weken voor de comparitie de stukken waarop zij een beroep willen doen aan het hof en de wederpartij te zenden. Het hof houdt verdere beslissingen aan totdat de comparitie heeft plaatsgevonden.

Uitkomst: Het hof gelast een comparitie van partijen en houdt verdere beslissingen aan.

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

afdeling civiel recht en belastingrecht
zaaknummer : 200.251.731/01
zaaknummer rechtbank : 6464662 CV EXPL 17-26242
arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 22 januari 2019
inzake
[appellant],
wonende te [woonplaats] ,
appellant,
advocaat: mr. E.J.M. Brocatus te Apeldoorn,
tegen
FCA CAPITAL NEDERLAND B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
geïntimeerde,
advocaat: mr. E.H.J. Slager te Amsterdam.

1.Het geding in hoger beroep

Appellant heeft bij exploot geïntimeerde aangezegd in hoger beroep te komen van een of meer tussen partijen in de onderhavige zaak gewezen vonnissen, met dagvaarding van geïntimeerde voor dit hof.
De zaak is op de rol ingeschreven en geïntimeerde is bij advocaat verschenen.

2.Beoordeling

Het hof ziet aanleiding om een comparitie van partijen te gelasten. Het doel is het verkrijgen van inlichtingen, het beproeven van een minnelijke regeling en/of het bespreken van het verdere verloop van het hoger beroep, waarbij onder meer mediation, bewijsvoering en/of rapportage door deskundigen aan de orde kunnen komen. Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

3.Beslissing

Het hof:
bepaalt dat partijen in persoon respectievelijk, voor zover partijen rechtspersoon zijn, vertegenwoordigd door iemand die van de zaak op de hoogte en tot het geven van de verlangde inlichtingen in staat is en die bevoegd is (door schriftelijke machtiging of anderszins) tot het aangaan van een schikking, tezamen met hun advocaten zullen verschijnen voor het tot raadsheercommissaris benoemde lid van het hof mr. E.W. de Groot, die daartoe zitting zal houden in het Paleis van Justitie, IJdok 20 te Amsterdam, op een nader te bepalen tijdstip, tot het hiervoor onder 2 omschreven doel;
bepaalt dat partijen binnen 2 weken na heden op de rol van 5 februari 2019 hun verhinderdagen en die van hun advocaten voor de eerstkomende 4 maanden kunnen opgeven, waarna het hof de dag en het tijdstip van de comparitie zal vaststellen, in welk geval behoudens klemmende redenen of overmacht geen uitstel van de comparitie meer zal worden verleend;
bepaalt dat de datum van de comparitie na aanbrengen in het roljournaal vermeld zal worden;
bepaalt dat appellant uiterlijk 4 weken na heden een kopie van het volledige procesdossier (de stukken van de eerste aanleg met inbegrip van de producties en de appeldagvaarding) in tweevoud zal indienen bij het hof (roladministratie – team handel);
bepaalt dat partijen uiterlijk 2 weken vóór de dag van de comparitie de stukken waarop zij voor het overige een beroep zouden willen doen, in kopie over zullen leggen door toezending aan het hof (roladministratie – team handel) en de wederpartij;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door J.C.W. Rang, J.W. Hoekzema en A.R. Sturhoofd en in het openbaar uitgesproken op 22 januari 2019 in tegenwoordigheid van de griffier.