ECLI:NL:GHAMS:2019:1466
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Ontbinding huurovereenkomst wegens bestemmingswijziging en onrechtmatig gebruik bedrijfsruimte
De huurovereenkomst betrof een bedrijfsruimte met kantoorbestemming, gesloten in 2002. De huurder veranderde de bestemming van de ruimte zonder schriftelijke toestemming van de verhuurder, onder meer door exploitatie van een lunchroom/ijssalon met horecafaciliteiten en het aanbrengen van reclame-uitingen.
De verhuurder vorderde ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde. De kantonrechter wees deze vorderingen toe en het hof bekrachtigde dit vonnis. Het hof oordeelde dat de huurder de bestemming van het gehuurde had gewijzigd, de gevelbekleding had aangepast en reclame had aangebracht zonder toestemming.
Ook werd vastgesteld dat het gehuurde zonder toestemming aan een derde, een besloten vennootschap, was gegeven voor gebruik. De huurder slaagde er niet in aannemelijk te maken dat deze tekortkomingen de ontbinding niet rechtvaardigen. Klachten over stankoverlast versterkten het oordeel. De ontbinding en ontruiming zijn daarom terecht.
Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden en de huurder veroordeeld tot ontruiming van het gehuurde.