Het gerechtshof Amsterdam heeft in hoger beroep het vonnis van de rechtbank Noord-Holland vernietigd en de verdachte veroordeeld voor medeplegen van de invoer van ruim 2 kilo cocaïne op 17 oktober 2017 via Schiphol.
De bewezenverklaring is gebaseerd op de verklaringen van een medeverdachte, die consistent waren en ondersteund werden door onder meer telefoononderzoek en WhatsApp-berichten tussen de verdachte en de medeverdachte. Deze bewijzen tonen aan dat de verdachte op de dag van de invoer aanwezig was op Schiphol, contact had met de medeverdachte en op de hoogte was van de cocaïne.
De verdediging voerde aan dat de verklaringen van de medeverdachte onbetrouwbaar waren en dat de verdachte geen wetenschap of opzet had, maar het hof verwierp deze verweren. Het hof oordeelde dat de verdachte in nauwe en bewuste samenwerking met de medeverdachte handelde en daarom als medepleger moet worden aangemerkt.
De strafoplegging is gebaseerd op de ernst van het feit, de hoeveelheid cocaïne en de maatschappelijke impact van drugshandel. De verdachte is veroordeeld tot 24 maanden gevangenisstraf, waarbij rekening is gehouden met het ontbreken van eerdere veroordelingen, maar geen strafvermindering is toegepast vanwege de ernst van het delict.