ECLI:NL:GHAMS:2019:1520
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot uitvoerbaarverklaring bij voorraad in geschil over nakoming cao-koudetoeslag
In deze civiele zaak is Hilton Foods in eerste aanleg veroordeeld tot het berekenen en betalen van achterstallige koudetoeslag aan werknemers en uitzendkrachten vanaf 14 maart 2012, inclusief wettelijke verhogingen en rente. De veroordeling was aanvankelijk uitvoerbaar bij voorraad, maar deze uitvoerbaarverklaring werd door de kantonrechter geschrapt omdat FNV deze niet had gevorderd.
FNV vordert in hoger beroep alsnog de uitvoerbaarverklaring bij voorraad van het vonnis, stellende dat zij een gerechtvaardigd belang heeft vanwege het belang van snelle voldoening van de inkomenscomponent voor vele werknemers en de moeilijkheid om achteraf vast te stellen wie recht heeft op welke bedragen. Hilton Foods voert verweer tegen deze vordering, onder meer vanwege het grote restitutierisico en de omvangrijke betalingen die zij mogelijk moet doen.
Het hof weegt de belangen van partijen af en oordeelt dat het belang van Hilton Foods bij het behoud van de bestaande toestand en het vermijden van het restitutierisico zwaarder weegt dan het belang van FNV bij een spoedige uitvoerbaarverklaring. Daarom wijst het hof de vordering tot uitvoerbaarverklaring bij voorraad af. De beslissing over de kosten van het incident wordt aangehouden tot het eindarrest in de hoofdzaak. De hoofdzaak wordt verwezen naar de rolzitting voor partijberaad.
Uitkomst: De vordering van FNV tot uitvoerbaarverklaring bij voorraad wordt afgewezen vanwege het zwaarder wegen van het restitutierisico voor Hilton Foods.