De verdachte werd beschuldigd van diefstal in vereniging op 11 april 2017 bij IKEA te Amsterdam. De tenlastelegging betrof het gezamenlijk wegnemen van beddengoed met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening. In hoger beroep voerde de raadsman vrijspraak aan, stellende dat de verdachte slechts aanwezig was en geen opzet had op gezamenlijke diefstal.
Het hof oordeelde echter dat uit de camerabeelden en het proces-verbaal blijkt dat verdachte en twee medeverdachten nauw en bewust samenwerkten. Zij liepen dicht bij elkaar, gebruikten samen winkelwagens en een platte kar, en de verdachte had zicht op het overplaatsen van goederen en het dichtplakken van een doos die alleen deels werd betaald.
Het hof verklaarde bewezen dat verdachte samen met anderen beddengoed heeft weggenomen met wederrechtelijk oogmerk. De strafbaarheid werd bevestigd en de verdachte werd veroordeeld tot een geldboete van €600 en 12 dagen hechtenis, waarbij het hof de ernst van het feit en de draagkracht van de verdachte in overweging nam. Het vonnis van de politierechter werd vernietigd en de eerdere strafbeschikking ingetrokken.