ECLI:NL:GHAMS:2019:1692

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
10 mei 2019
Publicatiedatum
17 mei 2019
Zaaknummer
23-001596-18
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 63 SrArt. 422 Sv
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging vonnis wegens overtreding dealerverblijfsverbod met aangepaste strafoplegging

In hoger beroep heeft het gerechtshof Amsterdam het vonnis van de politierechter bevestigd waarin verdachte werd veroordeeld voor het overtreden van een dealerverblijfsverbod opgelegd door de waarnemend burgemeester van Amsterdam.

De politierechter had een gevangenisstraf van drie weken en een taakstraf van 60 uren opgelegd, subsidiair 30 dagen hechtenis. De advocaat-generaal vorderde een gevangenisstraf van twee weken met dezelfde taakstraf. Het hof heeft het vonnis bevestigd, maar de strafoplegging vernietigd en opnieuw recht gedaan door de gevangenisstraf te matigen tot twee weken gevangenisstraf en de taakstraf van 60 uren te handhaven.

Het hof nam in de strafoplegging mee dat verdachte zich niets aantrok van het besluit tot handhaving van de openbare orde en dat hij reeds twee eerdere veroordelingen had voor soortgelijke feiten. Persoonlijke omstandigheden van verdachte gaven geen aanleiding tot een voorwaardelijke straf. De combinatie van gevangenisstraf en taakstraf werd passend geacht.

Het arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam en uitgesproken op 10 mei 2019.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot twee weken gevangenisstraf en 60 uur taakstraf voor overtreding van het dealerverblijfsverbod.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-001596-18
datum uitspraak: 10 mei 2019
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 26 april 2018 in de strafzaak onder parketnummer
13-054872-18 tegen
[verdachte],
geboren te [verdachte] (Marokko) op [geboortedag] 1989,
adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 26 april 2019 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Tegen voormeld vonnis is namens de verdachte hoger beroep ingesteld.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.

Vonnis waarvan beroep

Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen behalve ten aanzien van de strafoplegging en de motivering dienaangaande. In zoverre zal het vonnis worden vernietigd.

Oplegging van straffen

De politierechter in de rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezen verklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van drie weken en een taakstraf voor de duur van 60 uren, subsidiair 30 dagen hechtenis.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twee weken en een taakstraf voor de duur van 60 uren, subsidiair 30 dagen hechtenis.
Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straffen bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.
De verdachte heeft op 20 maart 2018 een namens de waarnemend Burgemeester van Amsterdam opgelegd dealerverblijfsverbod overtreden. Door zo te handelen heeft hij er blijk van gegeven zich niets gelegen te laten aan een besluit van het bevoegde gezag, dat is genomen met het oog op handhaving van de openbare orde in het betreffende gebied. Dit is des te kwalijker nu uit het de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 10 april 2019 blijkt dat hij vóór de tenlastegelegde datum ook al twee keer eerder was veroordeeld voor een soortgelijk feit.
Het hof heeft gelet op het van toepassing zijnde artikel 63 van Pro het Wetboek van Strafrecht.
Een gevangenisstraf in combinatie met een taakstraf, zoals door de rechter in eerste aanleg is opgelegd, is naar het oordeel van het hof in beginsel passend te achten. In de door de raadsman ter terechtzitting in hoger beroep aangevoerde persoonlijke omstandigheden van de verdachte ziet het hof geen aanleiding om de gevangenisstraf in voorwaardelijke vorm op te leggen. Het hof zal evenwel de duur van de gevangenisstraf matigen en acht, alles afwegende, een gevangenisstraf en taakstraf als gevorderd door de advocaat-generaal passend en geboden.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de strafoplegging en doet in zoverre opnieuw recht.
Veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstrafvoor de duur van
2 (twee) weken.
Veroordeelt de verdachte tot een
taakstrafvoor de duur van
60 (zestig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door
30 (dertig) dagen hechtenis.
Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige, met inachtneming van het hiervoor overwogene.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M.L.M. van der Voet, mr. H.A. van Eijk en mr. M. Senden, in tegenwoordigheid van
S. Bonset, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 10 mei 2019.