ECLI:NL:GHAMS:2019:1771
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank over prematuur ingebrekestellen en dwangsombeschikking WOZ-waarde
Belanghebbende stelde de heffingsambtenaar van de gemeente Amsterdam in gebreke wegens het niet tijdig nemen van een besluit op zijn bezwaarschrift tegen de WOZ-waarde van zijn onroerende zaak. De heffingsambtenaar had de waarde aanvankelijk vastgesteld op €532.000 en deze na bezwaar verlaagd naar €411.500. Na vernietiging van de uitspraak op bezwaar door de rechtbank en een daaropvolgend hoger beroep, stelde belanghebbende dat de heffingsambtenaar in gebreke was omdat er geen nieuw besluit was genomen binnen de gestelde termijn.
De rechtbank oordeelde dat de ingebrekestelling prematuur was omdat de beslistermijn nog niet was verstreken vanwege de opschortende werking van het hoger beroep. Tevens wees de rechtbank het beroep op een dwangsom af. Belanghebbende voerde in hoger beroep aan dat het fair play-beginsel was geschonden omdat dezelfde rechter over nieuwe geschilpunten oordeelde, en dat de opschortende werking niet van toepassing was op het gehele vonnis.
Het Hof overwoog dat de rechter niet over eerdere geschilpunten had geoordeeld maar alleen over nieuwe, waardoor geen strijd met het fair play-beginsel bestond. Tevens bevestigde het Hof dat de opschortende werking van het hoger beroep zich uitstrekt over het gehele vonnis, waardoor de ingebrekestelling prematuur was. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.