Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het beklag
[beklaagde 1], [beklaagde 2], [beklaagde 3], [beklaagde 4] en [beklaagde 5](hierna: beklaagden) ter zake van mishandeling.
Gerechtshof Amsterdam
Klager deed aangifte van mishandeling door politieagenten tijdens zijn aanhouding op 15 november 2017, na een melding van een vechtpartij waarbij een vuurwapen was gezien en een vrouw mogelijk tegen haar wil werd vastgehouden in een auto.
De politie trof klager in een auto aan, waar hij zich agressief gedroeg en niet voldeed aan bevelen. De agenten richtten een vuurwapen op klager, gebruikten een politiehond en fysieke dwang om hem onder controle te krijgen. Klager liep daarbij bijtwonden en kneuzingen op.
Het hof beoordeelde of het geweld noodzakelijk, adequaat en proportioneel was. Gezien het aanhoudende verzet, de verdenking van vuurwapenbezit en de situatie acht het hof het politieoptreden gerechtvaardigd. Er zijn onvoldoende aanwijzingen voor onrechtmatig handelen van de politie.
Daarom is het beklag ongegrond en wordt geen strafrechtelijke vervolging ingesteld.
Uitkomst: Het hof wijst het beklag af en bevestigt dat het politieoptreden proportioneel en noodzakelijk was, waardoor geen strafvervolging wordt ingesteld.