Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
3.Geschil in hoger beroep
4.Het oordeel van de rechtbank
5.Beoordeling van het hoger beroep
.
Gerechtshof Amsterdam
Belanghebbende was het niet eens met de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen en de inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet voor het jaar 2014. Na een bezwaarprocedure verklaarde de inspecteur het bezwaar ongegrond. Belanghebbende diende vervolgens een beroepschrift in bij de rechtbank, maar dit werd niet-ontvankelijk verklaard vanwege overschrijding van de wettelijke termijn.
In hoger beroep betoogde belanghebbende dat hij vanwege een bipolaire stoornis en een gedwongen opname bij GGZ in Geest de termijnoverschrijding niet kon voorkomen. Het hof overwoog echter dat deze omstandigheden zich na het verstrijken van de beroepstermijn voordeden en dat belanghebbende bovendien een professionele gemachtigde had die het beroep indiende.
Het hof bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Het hof wees erop dat de inspecteur de inhoudelijke beoordeling van de aftrekposten nog zal doen bij het verzoek om ambtshalve vermindering. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep bevestigd wegens termijnoverschrijding.